De puberteit is een periode van lichamelijke veranderingen en van veranderingen in het gedrag. In de puberteit vindt een belangrijk deel van de bewustwording plaats. De persoonlijkheid wordt gevormd en dat gaat vaak gepaard met onzekerheid en frustraties. Het geslacht van het kind is voor de geboorte al te bepalen op basis van de primaire geslachtskenmerken. Bij jongens zijn dit de penis en balzak en bij meisjes de schaamlippen en clitoris. Onder invloed van hormonen gaat de puberteit doorgaans gepaard met een sterke groei en de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken. Veranderingen bij meisjes in de puberteit:
Leeftijd puberteit Te vroege puberteit
Een te vroege puberteit (centrale pubertas praecox) is een zeldzame afwijking. Bij meisjes is hier sprake van als ze voor hun achtste jaar al borsten krijgen of voor hun negende jaar al menstrueren. Bij jongens wordt van te vroege puberteit gesproken als de uiterlijke geslachtskenmerken (zoals de groei van de penis en zaadballen) zich voor het negende jaar beginnen te ontwikkelen. Bij zowel jongens als meisjes begint er op een jonge leeftijd al lichaamshaar te groeien.
Gevolgen Een te vroege puberteit komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Een belangrijk gevolg van te vroege puberteit is dat de groei te vroeg stopt. De puber is weliswaar groter dan leeftijdsgenoten, maar is op volwassen leeftijd kleiner dan gemiddeld. Verder kan centrale pubertas praecox vanwege de uiterlijke veranderingen voor psychische problemen zorgen. Behandeling Met het middel triptoreline kunnen de hormonen die de puberteit in gang zetten, geremd worden. Hiermee wordt de puberteit uitgesteld. Te late puberteit
Een te late puberteit (pubertas tarda) is eveneens een zeldzame stoornis. Hiervan is sprake als een jongen van 15 of als een meisje van 13 nog geen kenmerken van de puberteit ontwikkeld heeft. Een late puberteit komt vaker voor bij jongens.
Bekijk hier handige websites en adressen over puberteit
Gevolgen Extreem laat optredende puberteit kan een negatieve invloed hebben op de lichaamslengte. Bovendien kan het gepaard gaan met een onvoldoende opbouw van botmassa. Hierdoor stijgt de kans op osteoporose (botontkalking) op latere leeftijd. Behandeling Er bestaan geneesmiddelen die de puberteit op gang kunnen brengen, zoals het middel gonadoreline. Deze medicijnen zorgen voor de productie van geslachtshormonen, waardoor de geslachtsorganen zich goed kunnen ontwikkelen en de menstruatiecyclus of zaadcelproductie op gang komt. Puberteit: Klinefelter- en kallmannsyndroom
Bij jongens met een late of uitblijvende puberteit kunnen twee bijzondere ziektebeelden voorkomen, het klinefeltersyndroom en het kallmannsyndroom.
Klinefeltersyndroom Dit syndroom komt bij 1 op de 500 mannen voor en wordt veroorzaakt door een chromosomale afwijking. In plaats van één Y- en één X-chromosoom, hebben mannen met dit syndroom één Y- en twee of meer X-chromosomen. De groei van de zaadballen en de haargroei blijven achter. Vaak ontstaan er vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken, zoals borstontwikkeling of brede heupen. De meeste mannen met dit syndroom zijn onvruchtbaar. Kallmannsyndroom Het kallmannsyndroom is een aangeboren afwijking aan de hypothalamus (een belangrijk onderdeel van de hersenen) dat voorkomt bij mannen en vrouwen. Het gonadotrofin-releasing hormone, dat een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van de geslachtsorganen, ontbreekt. Hierdoor blijft de puberteit uit, worden de geslachtsorganen niet goed ontwikkeld en werkt het reukorgaan niet of nauwelijks. |
||||||||