Onvruchtbaarheid en kinderwens » Bevalling

Kunstverlossing

terug

Soms is het medisch noodzakelijk dat je een handje geholpen wordt bij de bevalling, bijvoorbeeld als de bevalling niet snel genoeg gaat en je baby het benauwd krijgt. In deze gevallen wordt er gesproken van een kunstverlossing. Er zijn verschillende ingrepen:

Vacuümpomp

Het kan voorkomen dat het persen niet lukt of dat de uitdrijving niet snel genoeg gaat, waardoor je baby het benauwd krijgt. Dan kan de vacuümpomp gebruikt worden. De gynaecoloog plaatst dan een dopje op het hoofdje van de baby dat vervolgens vacuüm zuigt (een soort zuignapje). Op deze manier kan de baby er als het ware uitgetrokken worden. Het kan zijn dat je baby nog een paar dagen een vervormd hoofdje heeft en wat misselijk is.

Verlostang

Een alternatief voor de vacuümpomp is de verlostang. De uiteinden van deze tang bestaan uit 2 metalen 'lepels' die om het hoofdje van je baby passen. De arts trekt bij een aantal weeën aan de tang om te helpen bij de bevalling.

Inknippen of inscheuren

Als blijkt dat je tijdens de bevalling te weinig ruimte hebt om de baby geboren te laten worden of als de kans bestaat dat je te ver uitscheurt, kan een klein knipje gemaakt worden. Als het mogelijk is, gebeurt dit onder verdoving. Bij een verlossing met behulp van de vacuümpomp of de verlostang wordt ook altijd een knipje gezet. Mocht je toch inscheuren dan wordt dit, net zoals een knipje, gehecht.

Keizersnede

Hoewel de voorkeur altijd uit gaat naar een natuurlijke bevalling, verloopt het einde van de zwangerschap soms niet helemaal naar verwachting. Het kan zijn dat een natuurlijke bevalling een te groot risico met zich meebrengt voor jou, je baby of voor jullie allebei. In dat geval wordt gekozen voor een keizersnede.

Soms is voor de bevalling al duidelijk dat er een keizersnede plaats moet vinden (primaire keizersnede). Het kan namelijk zo zijn dat je bekken te smal is voor een natuurlijke geboorte. Hoewel dit niet vanzelfsprekend is, kan het bij een stuitligging ook nodig zijn een keizersnede uit te voeren. De keizersnede vindt dan meestal onder een plaatselijke verdoving (ruggenprik) plaats. Wanneer het tijdens de natuurlijke bevalling nodig is over te gaan tot een keizersnede, wordt dat een secundaire keizersnede genoemd. Vaak is er dan geen tijd voor een plaatselijke verdoving en zal je onder algehele narcose moeten.

Een keizersnede is een flinke operatie met kans op complicaties. Het is dan ook van belang dat je na de operatie goed herstelt. Dit duurt uiteraard langer dan bij een natuurlijke bevalling.

Wanneer je een keizersnede met behulp van een ruggenprik hebt ondergaan, kun je soms meer bloeden dan normaal. Dit komt doordat je baarmoeder zich niet snel genoeg samentrekt. Door het toedienen van een geneesmiddel, bijvoorbeeld carbetocine, dat sterk lijkt op het natuurlijke oxytocine (een hormoon dat invloed heeft op de samentrekking van de baarmoeder tijdens de bevalling) wordt het risico op een bloeding verminderd.
  terug